Informatie over zuurstofconcentrators

 

De zuurstofconcentrator
Zuurstofconcentrators bestaan al sinds eind jaren ’70. Destijds waren dat grote apparaten voor gebruik in het ziekenhuis. Door de jaren heen zijn de concentrators steeds kleiner geworden. Het heeft echter lang geduurd voordat ze zo klein waren dat ze door de gebruiker ergens mee naar toe konden worden genomen. Voor mobiel gebruik werd (en wordt nog steeds) vaak gebruik gemaakt van cilinders die met zuurstof gevuld zijn. Dat kan in gasvorm zijn, of in vloeibare vorm. Een cilinder met vloeibare zuurstof gaat wat langer mee, omdat de cilinder met een hogere druk gevuld wordt, en er dus meer zuurstof in geperst kan worden.

Het grote nadeel van de cilinders is dat ze uiteindelijk altijd op raken. U bepaalt dus niet zelf hoe lang u de deur uit gaat of ergens op visite kan zijn: dat bepaalt de cilinder voor u. Bovendien zijn de metalen cilinders, afhankelijk van het formaat, behoorlijk zwaar.

In 2001 zag Inogen in dat het mogelijk moest zijn om een zuurstofconcentrator te produceren die klein en licht genoeg is om mee te nemen, en bovendien op batterij gebruikt kan worden. Zuurstof waar dan ook, wanneer dan ook. Complete vrijheid voor de gebruiker! Drie jaar later was de eerste Inogen ontwikkeld, de Inogen One G1. En sinds 2006 zijn de Inogen One draagbare zuurstofconcentrators ook in Europa beschikbaar. Het kleine formaat en lage gewicht van deze concentrators, in combinatie met de lange batterijduur, hebben de levens van tienduizenden zuurstofgebruikers in de hele wereld veranderd. Inmiddels is de Inogen One draagbare zuurstofconcentrator dan ook zeer populair onder zuurstofgebruikers.

Continu flow en Pulse flow
Bij zuurstofconcentrators kan een onderscheid gemaakt worden tussen continu flow en pulse flow systemen (ook wel demand flow genoemd). Met flow wordt de stroom zuurstof bedoeld. Bij een continue flow geeft de concentrator constant een stroom zuurstof af. U kunt zich voorstellen dat een groot deel van deze zuurstof verloren gaat; u ademt immers niet constant in. En om een continue stroom van geconcentreerde zuurstof mogelijk te maken, moet zo’n concentrator een vrij grote capaciteit hebben. Deze zal over het algemeen dus groter en zwaarder zijn dan een pulse flow concentrator.

De Inogen One G2 en Inogen One G3 zijn zo’n pulse flow systeem. Pulse wil zeggen dat de zuurstof in pulsjes af wordt gegeven, en niet in een continue stroom. De concentrator registreert het moment dat u inademt, en geeft precies dan een stoot zuurstof af. De Inogen One concentrators hebben een zeer gevoelige sensor, die ook ’s nachts als u oppervlakkig ademt uw ademhaling registreert. U kunt de Inogen One dan ook dag en nacht gebruiken. ’s Nachts ademt u minder frequent; de Inogen One concentrators compenseren dat door op het moment dat u minder vaak ademt, per pulse een grotere hoeveelheid zuurstof (ook wel bolus genoemd) af te geven. Een prettige bijkomstigheid van een pulse flow systeem is dat er minder lucht in uw neus wordt geblazen; deze droogt daardoor niet zo snel uit. 

Bekijk direct de Inogen One G2 en Inogen One G3 
Inogen One Concentrators
Continu flow met pulse flow concentrators vergelijken
Een vraag die wij vaak krijgen: ‘Hoe weet ik nu welke instelling ik moet gebruiken, als ik van de arts bijvoorbeeld twee liter zuurstof per minuut voorgeschreven heb gekregen?’ Bij een continue flow is de uitstroom gemakkelijk te meten. De instelling wordt weergegeven als bijvoorbeeld twee liter zuurstof per minuut (2 LPM). Dit is lastig te vergelijken met een pulse flow systeem, omdat zo’n concentrator minder zuurstof per minuut afgeeft, maar wel op precies het juiste moment (namelijk alleen als u inademt, en niet als u uitademt). Er gaat dus minder zuurstof verloren. De hoeveelheid afgegeven zuurstof per minuut van beide systemen kan dus niet een op een vergeleken worden. 

De Inogen One G2 heeft 6 flow instellingen en de Inogen One G3 heeft 5 instellingen. Beide draagbare zuurstofconcentrators geven per instelling 210 ml zuurstof per minuut. Bij instelling 5 geven de concentrators dus 5 x 210 ml = 1050 ml zuurstof per minuut. Inogen heeft onderzoek gedaan naar deze instellingen, en geconcludeerd dat elk van deze instellingen overeenkomt met 1 LPM op een continu flow systeem. Heeft u 2 LPM voorgeschreven gekregen? Dan kunt u de Inogen One op instelling 2 gebruiken. Wij raden wel altijd aan om bij een nieuw systeem of nieuwe instelling uw saturatie te meten met een saturatiemeter.

Belangrijkste verschil tussen de Inogen One G2 en Inogen One G3
Om u te helpen een keuze te maken, zetten wij hierbij de belangrijkste verschillen tussen de G2 en de G3 voor u op een rijtje:



    Inogen One G2   Inogen One G3
Gewicht   3,2 kg   2,2 kg
Formaat   27 x 10 x 24 cm   22 x 8 x 18 cm
Geluid       38 decibel       39 decibel
Zuurstof output    6 flow instellingen    5 flow instellingen
Moleculaire zeven   Intern (alleen door ons te verwisselen,
maar langere levensduur) 
  Extern (eenvoudig door de gebruiker zelf te verwisselen,
maar kortere levensduur)

 

Samengevat is de Inogen One G2 ideaal voor u als u het belangrijk vindt dat uw zuurstofconcentrator stil is. Ook voor mensen die 4 LPM of meer nodig hebben raden wij de G2 aan. 
De Inogen One G3 is meer geschikt voor u als u een zo klein en licht mogelijke concentrator wilt hebben, en maximaal 4 LPM zuurstof nodig heeft.  

Informatie over zuurstofconcentrators